Voor wie het even ontgaan was dat El Pino and The Volunteers een flitsende start beleefde door een zeer geslaagde ep uit te brengen en daarna meteen opgepikt werd door Excelsior heeft aan de eerste 3 minuten op ‘Molten City’ genoeg om te horen dat we hier met een duidelijke aanwinst in het Nederlandse Americana aanbod te maken hebben. Een rustiek vertrekkend openingsnummer met afgewogen partijen krijgt halverwege een dreigend sfeertje door een als een mes door de boter snijdende zompige gitaar en een lap steel die klinkt als een dier in nood. Hier is een band aan het werk die weet hoe een nummer opgebouwd moet worden en met veel liefde voor een authentiek klinkend rootsy geluid haar eigen weg zoekt in het genre.
De twaalf liedjes op het debuutalbum zijn stuk voor stuk een genot voor het oor. Dat komt niet alleen door de doordachte instrumentale partijen en de juiste opbouw van de nummers maar zeker ook door het feit dat aanvoerder David Pino een prettig buigzaam stemgeluid heeft dat zeer geschikt is voor dit soort muziek en ook heeft de band zich niet laten verleiden tot het oprekken van de tracks, maar zijn de liedjes doorgaans mooi compact gehouden. De groep heeft ook de variatie goed in de gaten gehouden. Het album kenmerkt zich door een fijne opbouw waarin ingehouden nummers worden afgewisseld door wat meer up-tempo tracks waarin ook de nodige poppy-elementen (zanglijnen, refreintjes en koortjes) terug te horen zijn.
Het materiaal is over de hele linie sterk en het valt daardoor nog niet mee om er even een paar favorieten uit te halen. Na een aantal draaibeurten blijken er steeds weer andere nummers een gooi te willen doen naar de status van meest geslaagde track. De ene keer val je voor het hartzeer, een andere maal beleef je het meeste genot aan de liedjes waarbij het fijn meezingen is en weer een andere keer laat je je meeslepen door de onderhuidse dreiging die regelmatig voelbaar is.
Door de productie van Reyn Ouwehand heeft ‘Molten City’ een fijn afgewogen geluid, het is helder en geeft een warme sfeer. In dat warme bed komen de solo’s van bijvoorbeeld gitaar, banjo, harmonica, dobro, mandoline en accordeon bijzonder fraai uit de verf. Ook de zang van David Pino ligt mooi in het geluid. Het ene moment lijkt de zang een onderdeel van het instrumentarium, het andere moment komen de vocalen net voldoende boven de begeleiding uit.
We kunnen met de beste wil van de wereld geen zwakke punten ontdekken aan het eerste echte album van de Rotterdammers, sterker nog, dit is een album dat een goede gooi gaat doen in de eindlijstjes van de Nederlandse muziek in 2006. Excelsior vergroot met deze uitgave het palet weer eens en heeft een band in de stal gehaald waarvan we nu al veel plezier kunnen beleven en de komende jaren nog heel veel moois mogen verwachten.
Roel

