tekst Katherijne Pino beeld Marc Nolte
Een tikkeltje vreemd is dit interview misschien wel. Met broer als zanger en vriend als gitarist is dit vraaggesprek toch even wennen. Maar ik moet die jongens van El Pino & the Volunteers toch echt even aan de tand voelen. Want wat is er gebeurd? Waar zijn de cowboys, saloons en door de wind rollende hooibalen gebleven? Al dagen luister ik naar hun nieuwe plaat, en toch blijf ik in de war. Met The Long-lost Art of Becoming Invisible gooit El Pino het over een andere boeg en lijken ze afscheid te nemen van hun Americana sound. Hoe kun je in twee jaar tijd zó veranderen? El Pino & the Volunteers gingen keihard in 2006. Met hun optreden op Noorderslag speelden ze zich in de kijker bij Excelsior Recordings, waar ze hun debuutalbum Molten City opnamen. Vervolgens sleepten ze een Essent Award binnen en werden ze in 2007 genomineerd voor een 3voor12 Award. En toen? Toen bleef het rustig rond de band. Voor de buitenstaander in ieder geval, want voor de band zelf waren het roerige tijden waarin ze een compleet nieuwe sound ontwikkelden.
Onder een gezellig dinertje doen frontman David Pino, gitarist Tjirk Deurloo en bassist Ap (Mark van der Waarde) hun verhaal uit de doeken.
Het is een poos stil geweest sinds jullie vorige plaat. Heeft dat een reden?
Ap: “Je maakt natuurlijk pas een plaat wanneer je eraan toe bent. Maar in de afgelopen tweeënhalf jaar is er ook veel gebeurd.”
David: “Na onze Molten City tour heeft banjo- en mandolinespeler Harm Goslink Kuiper de band verlaten. Hij was er aan toe om zijn eigen pad te volgen. Zijn instrumenten, die het specifieke Americana geluid aan de vorige plaat gaven, vielen ineens weg. Omdat Ap steeds meer liedjes op piano schreef, zijn we op zoek gegaan naar een toetsenist. We vonden Job Roggeveen, een geweldige muzikant. Maar toen kwam eigenlijk de grote klap.”
De grote klap?
David: “Tjirk besloot de band te verlaten.”
Tjirk: “Ja, ik had behoefte aan afstand en rust. Ik wilde naast de band mijn tijd ook in andere dingen kunnen steken.”
David: “Bij ons sloeg toen de verwarring toe. Moeten we zonder Tjirk doorgaan of zullen we stoppen? We hebben toen besloten om wat rust te nemen.”
Ap: “Achteraf gezien was deze afstand nodig. De band leek een soort molen die maar door bleef gaan: oefenen, tegelijkertijd nummers schrijven, en ook nog optreden. We zaten daar middenin en het vertrek van Tjirk schudde iedereen wakker. Het voelde alsof alles overhoop was gegooid. Maar het creëerde ook een nieuw begin.”
David: “In die periode hebben we ons echt een paar maanden opgesloten, maar bleven we wel nummers schrijven. En die sabbatical bleek vruchtbaar, want we hadden zo’n dertig nieuwe nummers op de plank liggen.”
Ap (tegen Tjirk): “En die afstand hielp jou ook. Want jij stuurde ons toen ook nieuwe liedjes op. En toen was je pas koud één week uit de band, haha.”
Tjirk: “Ja, de afstand heeft me wel goed gedaan. Ik kijk nu anders tegen de nummers aan. Eerst waren ze vooral gebaseerd op gitaar. Met Job erbij is er meer ruimte en spanning tussen de verschillende instrumenten. Die nieuwe sound liet me niet los, dus wilde ik me graag weer bij de band voegen.”
Maar heeft jullie muziek zonder Harm nog wel dat country gevoel?
Tjirk: “Het is nog wel terug te vinden in sommige lijntjes, maar veel minder obvious. Het is wat subtieler allemaal.”
David: “Instrumenten met een specifiek geluid, zoals banjo en mandoline, zijn ergens ook wel een beperking. Je krijgt dan al snel een stempel Alt Country of Americana opgeplakt. We waren allemaal heel nieuwsgierig naar wat er nog meer uit te halen viel. Het werd tijd voor iets nieuws.”
Wordt dat dan niet schrikken voor jullie publiek?
David: “Misschien wel. Er zullen vast mensen zijn die de nieuwe El Pino minder leuk vinden. Maar ik denk dat fans ook kunnen meegroeien. Voor ons was het eigenlijk heel simpel: changing colors of kappen. Deze plaat moesten we gewoon maken.”
Wat is er anders aan de nieuwe El Pino & the Volunteers?
Ap: “De muziek is enerzijds toegankelijker geworden, meer catchy en poppy. Maar aan de andere kant ook weer moeilijker. Sommige nummers klinken vrolijk, maar dan zit er toch een diepere laag in. Ze hebben een schaduwzijde.”
Tjirk: “Ook staan er flink wat groeinummers op. Die moet je een paar keer luisteren voordat ze aankomen. De nummers vind ik meer volwassen. Ze hebben veel ruimte en rust. De liedjes zijn wat meer uitgekleed, en dat heeft met een soort zekerheid en vertrouwen te maken.”
David: “De plaat is ook echt een verhaal met een begin en een einde, en best thematisch. Het reflecteert hoe wij ons de laatste paar jaar bewogen hebben.”
Thematisch?
David: “Ja, verandering staat centraal. Changing colors. Zowel in de liedjes als in ons leven.”
Tjirk: “Iedereen heeft op persoonlijk vlak veel meegemaakt of tegenslag gehad de afgelopen jaren. Op het gebied van werk, liefde, omgeving en relaties. En die schommelingen waren heel intens. Voor ieder als individu, maar ook voor de band als geheel.”
Ap: “Maar door extremen en emoties voel je wel de wind op je huid. En die ervaring hebben we meegenomen in de muziek.”
David: “Ik ben bijvoorbeeld naar Amsterdam verhuisd, naar een compleet nieuwe omgeving. Ik wilde eerst alles eens goed observeren en heb geprobeerd mezelf onzichtbaar te maken om vanuit die rust opnieuw te beginnen. Een soort onderduiken. En dat is wat de band eigenlijk ook heeft gedaan in de periode dat alles overhoop lag. Van daaruit kun je weer een nieuwe start maken. The Long-lost Art of Becoming Invisible is een heel persoonlijke plaat geworden.”
Hoe was het om de plaat op te nemen?
Ap: “We hebben weer bij Reyn Ouwehand (o.a. Coparck, Ellen ten Damme, Kane, red.) opgenomen en dat voelde als thuiskomen. Hij hoefde ons minder te coachen dan de vorige keer. Toen was alles echt een verrassing, één groot avontuur. Nu hadden we van tevoren al heel goed voor ogen hoe de plaat moest gaan klinken.”
En wat kunnen we verwachten van de komende shows?
David: “Het worden ouderwets gezellige El Pino avonden met nieuwe liedjes en een nieuwe sound. We hebben er onwijs veel zin in.”
Ap: “En nu wil ik nog een biertje.”
Katherijne Pino

