Met The Long-lost Art of Becoming Invisible nemen El Pino & the Volunteers afscheid van hun Americana sound. Hoe kan de band, die twee jaar geleden een geweldig debuut afleverde, in korte tijd zó veranderen? NL vraagt het aan frontman David Pino, gitarist Tjirk Deurloo en bassist Ap.
Dat Excelsior Recordings, het meest interessante gitaarlabel van ons land, maar mooie albums uit blijft brengen weten we nu wel. Met ‘Molten City’ van het Rotterdamse El Pino And The Volunteers brachten ze dit jaar weer zo’n veelbelovende band onder de aandacht.
El Pino And The Volunteerst typeren hun stijl zelf maar alvast als alt.country/country noir, waarbij ze in één adem door onthullen zich te hebben laten inspireren door Blue Mountain, Calexico, The Sadies, Wilco, Steve Earle, en verrassend genoeg ook de goede oude Buck Owens.
Ooit was David Pino zanger van de Rotterdamse rock ‘n’ roll band Wiseguy. Gelukkig voor de liefhebbers van mooie vocalen en meerstemmige zang lieten twee Canadezen Pino kennismaken met de alt.country. Niet veel later bracht hij wat muzikale vrijwilligers bijeen en riep El Pino and The Volunteers tot leven.
Het verhaal van het ontstaan van de Nederlandse Alt Country formatie El Pino and the Volunteers lijkt een beetje op die van de Goldrush in Amerika. Ten minste als ik Roots muziek mag betitelen als een ware goudbron.

